Deze eerste versie van de monitor van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie is ontwikkeld door Dialogic in opdracht van en in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Om tot deze monitor te komen, zijn diverse stappen genomen:

  1. Ontwikkeling van een analytisch kader. Dit dient als basis voor de monitor. Dit kader representeert de vraagkant van de monitor: wat zouden we idealiter willen weten?
  2. Inventarisatie van beschikbare informatie. Deze inventarisatie brengt de ‘aanbodzijde’ van de monitor in beeld: welke informatie is beschikbaar om mee te werken?
  3. Matching van vraag en aanbod. Welke vragen kunnen we beantwoorden met welke informatie?
  4. Ontwikkeling van dit dashboard. Dit betreft onder meer het verzamelen van data, het bewerken van data, en het inrichten van een dashboard-infrastructuur.
  5. Inventariseren verbeterpunten voor de toekomst. Hoe kunnen we de monitor verder doorontwikkelen? Kunnen we hiaten in de huidige informatievoorziening aanpakken?

 

Hieronder worden deze stappen nader toegelicht.

 

1. Ontwikkeling analytisch kader

Als startpunt voor het ontwikkelen van de monitor is een analytisch kader ontwikkeld. Dit kader heeft als doel om ten minste de volgende zaken op een theoretisch logische manier aan elkaar te verbinden:

  • Waarom willen we digitaliseren? Waar doen we het voor?
  • Hoe ver zijn we als het gaat om succesvolle digitalisering?
  • Indien er ruimte is voor verdere succesvolle digitalisering, wat zijn dan (mogelijke) redenen waarom dit nog niet tot stand is gekomen?

Hieronder wordt het kader visueel weergegeven.

 

Overzicht digitaliseringsproces Nederland

 

Dit kader is een samenvattende weergave van het gedachtengoed dat ontwikkeld is gedurende de totstandkoming van deze eerste versie van de monitor. Ter illustratie: als voorwaarde voor succesvolle digitalisering wordt genoemd dat de gebruiker digitale technologie succesvol moet kunnen inzetten. Vervolgens kan de vraag gesteld worden waarom de gebruiker dit (nog) niet kan. Twee illustratieve mogelijkheden zijn dat de gebruiker niet beschikt over de benodigde digitale competenties, of dat er onvoldoende financieringsmogelijkheden zijn. Vervolgens kunnen we ons de opvolgende vraag stellen waarom deze gebruiker niet voldoende digitale competenties heeft. Door de ‘waarom-vraag’ te blijven stellen kan het ‘probleem’ ontleed worden, kan ontdekt worden waar het knelpunt concreet zit en kan vervolgens in oplossingen gedacht worden.

2. Inventarisatie van beschikbare informatie

De tweede stap was het inventariseren van beschikbare informatie. Voor alle onderdelen in het analytisch kader is getracht informatie te vinden die een weerspiegeling geeft van het desbetreffende aspect. Er zijn velerlei bronnen geraadpleegd, zoals internationale organisaties als de OECD en Eurostat, nationale bronnen zoals het CBS of domeinspecifieke monitoren (bijv. rondom e-Health), en minder traditionele bronnen zoals het developer-platform Stackoverflow en de administratie van de WBSO. Alle gevonden/ontwikkelde indicatoren uit bijbehorende bronnen zijn gemetadateerd (o.a. periode, spatiële en temporele resolutie van de data, geografische scope), wat geresulteerd heeft in een overzicht van beschikbare indicatoren met bijbehorende eigenschappen.

3. Matching van vraag en aanbod

Vervolgens is bekeken voor welke onderdelen uit het analytisch kader wel/geen informatie beschikbaar was. In generieke zin kunnen wij concluderen dat er relatief veel informatie beschikbaar is over ‘hoe’ Nederland ervoor staat op het gebied van digitalisering, maar dat er in beperkte mate informatie beschikbaar is over ‘waarom’ we er zo voor staan. Daarbij kunnen wij ook constateren dat er (in traditionele bronnen) relatief weinig bekend is over nieuwe digitale fenomenen zoals online platformen en Internet of Things. Vanuit de match van vraag en aanbod is een selectie gemaakt die relevant geacht werd om te tonen in het dashboard. Hierbij is als ontwerpprincipe aangehouden dat er voldoende, maar niet teveel, rijkheid in cijfers aanwezig moet zijn in het dashboard.

4. Ontwikkeling van dit dashboard

Voor de ontwikkeling van het dashboard is alle geïdentificeerde data verzameld. Deze data, afkomstig uit verschillende bronnen, is vervolgens naar een uniforme datastructuur vertaald, waardoor alle beschikbare data op één plek in een database is opgeslagen. Deze database is de basis voor dit dashboard. Op alle plekken in dit dashboard wordt via het Dialogic Platform deze database aangeroepen, waarna er verschillende databewerkings- en datavisualisatieslagen gemaakt worden. Het huidige dashboard is nadrukkelijk een eerste versie van de monitor, en kan in de toekomst verder ontwikkeld worden.

5. Inventariseren verbeterpunten voor de toekomst

Gedurende het proces zijn er verschillende punten naar voren gekomen waarop de toekomstige versie van de monitor verbeterd kan worden. Ten eerste kan intensieve samenwerking met andere ministeries bijdragen aan een completere weergave van ‘hoe staan we ervoor in specifieke domeinen’. Ten tweede zijn er thema’s waar nog relatief weinig van bekend is, zoals hoe online platformen invloed hebben op diverse markten. Hier kan meer onderzoek naar gedaan worden en nieuwe cijfers kunnen gericht verzameld worden. In samenwerking met onder meer het CBS zal bekeken worden hoe meer informatie opgehaald kan worden over relevante thema’s. Ten derde zijn er ook ‘nieuwe’ methoden die nieuw licht kunnen werpen op digitaliseringsonderwerpen. Naast het gebruik van alternatieve bronnen zoals Stackoverflow, kunnen bijvoorbeeld ook websites van organisaties gebruikt worden om meer over de organisaties te leren.